Uit een recent onderzoek is gebleken waarom vitamine D-supplementen bij sommige mensen wel lijken te werken, maar bij anderen niet bij het voorkomen van diabetes. Onderzoekers hebben een specifieke genetische variatie in de vitamine D-receptor geïdentificeerd die bepaalt of suppletie met hoge doses daadwerkelijk het risico op de overgang van prediabetes naar type 2-diabetes vermindert.
Het mysterie van de D2d-proef
De ontdekking komt voort uit een dieper onderzoek naar de D2d-studie, een grootschalige klinische studie die werd uitgevoerd tussen 2013 en 2018. Bij de oorspronkelijke studie waren meer dan 2.000 Amerikaanse volwassenen met prediabetes betrokken, waarbij werd getest of een dagelijkse dosis van 4.000 eenheden vitamine D de incidentie van diabetes kon verlagen in vergelijking met een placebo.
Hoewel de eerste resultaten niet doorslaggevend waren – en er geen significant voordeel voor de hele groep te zien was – weigerden de onderzoekers het potentieel van de vitamine te negeren. In plaats daarvan vroegen ze zich af: Kan vitamine D nog steeds effectief zijn voor specifieke subgroepen van mensen?
De rol van genetica in de metabolische gezondheid
Om deze puzzel op te lossen, analyseerden onderzoekers van Tufts University, onder leiding van Dr. Bess Dawson-Hughes, het DNA van 2.098 deelnemers. Ze concentreerden zich op de vitamine D-receptor, een eiwit dat ervoor zorgt dat cellen op de vitamine kunnen reageren. Omdat de alvleesklier deze receptoren bevat, wordt aangenomen dat vitamine D een rol speelt in de manier waarop het lichaam insuline en bloedsuikerspiegel beheert.
Het team vergeleek twee groepen: degenen die baat hadden bij het supplement en degenen die dat niet deden. Door variaties in het ApaI vitamine D-receptorgen te analyseren, vonden ze een duidelijke kloof:
- De non-responders: Ongeveer 30% van de deelnemers droeg de AA-variant van het gen. Voor deze personen bood een hoge dosis vitamine D geen significante bescherming tegen diabetes.
- De respondenten: Deelnemers met de AC- of CC-varianten zagen een significant verminderd risico op het ontwikkelen van diabetes wanneer ze het supplement gebruikten.
Waarom dit ertoe doet: de verschuiving naar gepersonaliseerde geneeskunde
Deze bevinding is een belangrijke stap in de richting van gepersonaliseerde voeding. Momenteel is medisch advies met betrekking tot supplementen vaak ‘one size fits all’. Dit onderzoek suggereert echter dat de effectiviteit van een goedkoop, algemeen verkrijgbaar supplement zoals vitamine D sterk afhankelijk is van de genetische samenstelling van een individu.
“Onze bevindingen suggereren dat we uiteindelijk wellicht kunnen identificeren welke patiënten met prediabetes het meest waarschijnlijk baat zullen hebben bij aanvullende vitamine D-suppletie”, aldus Dr. Dawson-Hughes.
Als dit wordt geïmplementeerd, zou dit kunnen betekenen dat een eenvoudige, goedkope genetische test artsen kan helpen gerichte preventieve maatregelen voor te schrijven, waardoor ervoor wordt gezorgd dat patiënten met een hoog risico behandelingen krijgen die daadwerkelijk werken voor hun specifieke biologie.
Een waarschuwing
Ondanks deze veelbelovende resultaten waarschuwen deskundigen voor zelfmedicatie met hoge doses vitamine D.
- Standaardrichtlijnen: De huidige medische aanbevelingen suggereren veel lagere doses (600–800 IE per dag) dan de 4.000 IE die in het onderzoek werd gebruikt.
- Potentiële risico’s: Overmatige inname van vitamine D kan schadelijk zijn en is in verband gebracht met een verhoogd risico op vallen en breuken, vooral bij oudere volwassenen.
Conclusie
De studie benadrukt dat genetische variatie een cruciale rol speelt in de manier waarop ons lichaam voedingsstoffen gebruikt om chronische ziekten te voorkomen. Hoewel een hoge dosis vitamine D geen universele remedie is voor prediabetes, kan het wel dienen als een krachtig, doelgericht hulpmiddel voor mensen met het juiste genetische profiel.




















