Al millennia lang bestaat er een duidelijke genetische afstamming in de centrale Zuidelijke Kegel van Zuid-Amerika – vooral in Argentinië – die een voorheen onbekende populatie vertegenwoordigt die gedurende minstens 8.000 jaar opmerkelijk geïsoleerd bleef. Een nieuwe studie onder leiding van onderzoekers van de Harvard University onthult deze ‘spookpopulatie’ en voegt een cruciaal stukje toe aan de puzzel van vroege menselijke migratie en genetische diversiteit in Amerika.
De laatste grens van menselijke expansie
Zuid-Amerika, vooral de zuidelijkste regio’s, was een van de laatste plaatsen die door mensen werden bereikt toen ze zich over de hele wereld verspreidden. Archeologisch bewijs suggereert dat de initiële aanwezigheid ongeveer 14.000 jaar teruggaat, hoewel er nog steeds discussie bestaat over de exacte tijdlijn. Desondanks zijn oude DNA-analyses uit deze regio tot nu toe schaars. Het nieuwe onderzoek breidt de beschikbare genetische gegevens aanzienlijk uit en analyseert monsters van 238 oude individuen over een periode van 10 millennia.
Een persistente genetische signatuur
De studie onthult een lijn van mensen die ongeveer 8.500 jaar geleden voor het eerst verscheen en die ongeveer 4.600-150 jaar geleden dominant werd in de centrale Zuidelijke Kegel. Deze groep vertoonde tijdens het Midden-Holoceen een minimale genetische vermenging met naburige populaties, ondanks het feit dat ze naast twee andere verschillende genetische lijnen bestonden. DNA-analyse van een 10.000 jaar oud individu in de Pampas-regio laat zien dat genetische differentiatie al aan de gang was, wat duidt op isolatie op de lange termijn.
Isolatie ondanks diversiteit
De onderzoekers waren verrast toen ze een dergelijke genetische consistentie aantroffen in een regio die bekend staat om zijn taalkundige en culturele diversiteit. De gegevens suggereren dat deze mensen, ondanks de ontwikkeling van unieke culturen en talen, biologisch geïsoleerd bleven. Dit roept vragen op over de omstandigheden die een dergelijke langdurige genetische scheiding mogelijk maakten: geografische barrières, culturele praktijken of beperkt contact tussen groepen kunnen een rol hebben gespeeld.
Implicaties voor het begrijpen van de menselijke geschiedenis
De uitgebreide dataset belooft verder inzicht in de oude geschiedenis van Argentinië. Geavanceerde DNA-technologie maakt het nu mogelijk om veranderingen in de populatieomvang en migratiepatronen gedetailleerd in kaart te brengen, vergelijkbaar met de patronen die al voor Europa zijn vastgesteld. Door oud DNA op fijne schaal te analyseren, kunnen archeologen voorheen ontoegankelijke demografische informatie over vroegere populaties blootleggen.
“Met grote oude DNA-monstergroottes is het mogelijk om details te leren over de vragen die er echt toe doen… over hoe mensen op kleine schaal met elkaar verwant zijn”, legt geneticus David Reich van Harvard uit.
Deze ontdekking onderstreept het belang van oud DNA bij het reconstrueren van de menselijke geschiedenis, vooral in regio’s waar archeologische gegevens onvolledig zijn. De bevindingen tonen aan dat zelfs in gebieden met een schijnbare culturele complexiteit onderliggende genetische patronen verrassende verhalen over langdurige isolatie en persistentie kunnen onthullen.































