NASA’s Pandora-telescoop werd met succes gelanceerd op 11 januari 2026 en markeerde een aanzienlijke vooruitgang in de voortdurende zoektocht naar bewoonbare planeten buiten ons zonnestelsel. Deze missie pakt rechtstreeks een kritische beperking in het huidige exoplaneetonderzoek aan: de interferentie van stellaire activiteit op atmosferische metingen.
De uitdaging van exoplaneetobservatie
Het bestuderen van planeten die rond verre sterren draaien (exoplaneten) is uitzonderlijk moeilijk. Deze werelden verschijnen als zwakke lichtvlekken naast hun veel helderdere gaststerren, waardoor nauwkeurige waarneming een grote uitdaging wordt. Astronomen vertrouwen op transitspectroscopie – het analyseren van sterlicht dat door de atmosfeer van een exoplaneet wordt gefilterd terwijl deze voor zijn ster langs beweegt – om de aanwezigheid van water, waterstof of andere potentiële biosignaturen te detecteren. Deze methode lijkt op het onderzoeken van wijn door een kaarsvlam; de lichtkwaliteit onthult details, maar flikkerende interferentie vertroebelt het ware resultaat.
Het transitlichtbroneffect: een verborgen probleem
Jarenlang gingen astronomen ervan uit dat transitspectroscopie zuivere gegevens opleverde. Uit onderzoek dat in 2007 begon, is echter gebleken dat sterrenvlekken – koelere, actieve gebieden op sterren – en andere stellaire verschijnselen deze metingen kunnen vertekenen. In 2018 en 2019 identificeerden onderzoeken onder leiding van dr. Benjamin Rackham, astrofysicus Mark Giampapa en de auteur wat zij het ‘doorgangslichtbroneffect’ noemden – een belangrijke bron van ruis die atmosferische metingen verkeerd kan weergeven. Sommige sterren bevatten zelfs waterdamp in hun bovenste lagen, wat de analyse nog ingewikkelder maakt.
Deze bevindingen werden drie jaar vóór de lancering van de James Webb Space Telescope (JWST) gepubliceerd, waarbij onderzoekers waarschuwden dat sterbesmetting het volledige potentieel van JWST zou kunnen beperken. De analogie was duidelijk: een poging om de atmosfeer van planeten onder flikkerende, onstabiele sterrenomstandigheden te beoordelen zou onbetrouwbare resultaten opleveren.
Pandora: een gerichte oplossing
Pandora is ontworpen om dit probleem op te lossen. In tegenstelling tot JWST, dat onregelmatige observaties van dezelfde planeten uitvoert, zal Pandora langdurige, herhaalde monitoring van doelsterren uitvoeren. Door sterren tot 24 uur per keer te observeren, met behulp van zowel zichtbare als infraroodcamera’s, zal het nauwkeurig veranderingen in de helderheid en activiteit van sterren volgen. Pandora zal elke doelster tien keer per jaar opnieuw bezoeken en aan elke ster meer dan 200 uur besteden.
Deze strategie stelt wetenschappers in staat rekening te houden met sterverontreiniging tijdens transitmetingen. Door de gegevens van Pandora te combineren met die van JWST kunnen onderzoekers atmosferische analyses verfijnen en een grotere nauwkeurigheid bereiken in de zoektocht naar bewoonbare werelden.
Snelle ontwikkeling en kosteneffectiviteit
Pandora brak met het traditionele ontwikkelingsmodel van NASA. Het werd sneller en tegen lagere kosten voorgesteld en gebouwd door de missie eenvoudig te houden en berekende risico’s te accepteren. De snelle ontwikkeling werd gestimuleerd door een verzoek uit 2018 van NASA Goddard-wetenschappers Elisa Quintana en Tom Barclay, die de urgentie erkenden van het aanpakken van sterbesmetting vóór de volledige operationele fase van JWST.
Vooruitkijken
Na een succesvolle lancering bevindt Pandora zich nu in een baan om de aarde en wordt grondig getest door Blue Canyon Technologies. De controle zal binnenkort overgaan naar het Multi-Mission Operation Center van de Universiteit van Arizona, waar de echte wetenschap begint.
De aanhoudende observaties van Pandora zullen een stabiel, betrouwbaar beeld geven van de atmosfeer van exoplaneten, waardoor de grenzen worden verlegd van ons vermogen om potentiële levensondersteunende omgevingen in het universum te detecteren.
Deze missie vertegenwoordigt een cruciale stap voorwaarts in het onderzoek naar exoplaneten en zorgt ervoor dat toekomstige ontdekkingen gebaseerd zijn op nauwkeurige, onbesmette gegevens.




















